Het is die dag voor het eerst weer waterkoud. Ik moet krabben en het flesje water dat nog in mijn auto staat is bevroren. Tijdens mijn rit ontdooit het deels. Ijswater. Fris, prikkelend, kloppende vullingen. Ik ben ruim op tijd om een parkeerplekje te zoeken achter het zware, traag openende hek. Ik hoef me niet te legitimeren maar moet wel mijn naam, telefoonnummer en aankomsttijd opschrijven op een lijst bij de receptie. Voor noodgevallen.

Hier wonen de jongeren die nergens anders plaatsbaar zijn. Zij die boos worden om schijnbaar weinig, zij die wel willen maar niet altijd kunnen, die niet durven maar wel moeten. Ze wonen in groepjes, meestal met 6 of 7 anderen samen. Kinderen waar zij niet voor hebben gekozen en ook nooit zouden kiezen als ze überhaupt iets te kiezen hadden. Ze moeten hier wonen. Meestal omdat de kinderrechter dat vindt en altijd omdat er geen betere plek is. Op dit moment. Ze hopen op een flatje, een huisje, stiekem misschien zelfs een gezin en een hond. Of kat. Mag ook.

Ik loop samen met mijn collega en een manager naar het appartement van Roel. Roel is 17 jaar. Hij woont hier weer, nadat hij een tijdje ergens anders gewoond heeft. Daar ging het eigenlijk best goed. Totdat er ineens iets verschrikkelijk mis ging. Roel liep weg, pleegde een overval zodat hij geld zou hebben om eten te kunnen kopen en werd opgepakt. Na een nacht in de cel kwam hij hier terug. Het meer zelfstandig wonen bleek toch te hoog gegrepen. Wij gaan kijken hoe Roel woont. En we hebben het koud.

De manager vertelt dat hij het maar niks vindt, die kou. Hij is net terug van vakantie. Zuid Amerika. Heerlijk. 25 graden, zand, zee en cocktails. Mijn collega lacht mee; zij gaat over drie dagen naar Malta. Bijkomen en opwarmen; deze vreselijke kou ontvluchten. Ik twijfel even maar deel dan ook mijn vooruitzicht: 30 graden, duiken, ruim een week alleen maar met mezelf en mijn laptop om te schrijven. En o ja: met manta’s, haaien en vooral: warmte, rust en ruimte. Diep weggedoken in onze winterjassen, gehandschoend en –mutst komen we aan bij het appartement van Roel.

Roel weet dat we komen om te zien ‘hoe hij woont’. In werkelijkheid komen we om te beoordelen of de extra financiering die wordt aangevraagd ook daadwerkelijk noodzakelijk is. ‘Meerzorg’. Kan Roel nu echt niet zonder 1-op-1-begeleiding? Laat hij dermate heftig gedrag zien dat hij niet vanuit de ‘reguliere’ vergoeding begeleid kan worden? Het antwoord is binnen 1 seconde helder.

Ieder slot moet geopend worden met een ‘tag’. Ik blijf bij de derde deur nog optimistisch de deurklink pakken maar helaas… alles zit op slot. De vierde deur heeft geen klink meer. Deze is volledig uit de hardhouten deur getrapt. Hetzelfde geldt voor het keukentje dat een paar dagen geleden nog in het ‘appartement’ aanwezig was. Nu zien we alleen een afgekoppelde waterleiding en gasaansluiting. Kaal. Alles is kaal. De buizen en kabels die nog aanwezig zijn zijn zo kort mogelijk afgeknipt en zo veilig mogelijk gedicht.

Roel is in zijn slaapkamer. Daarbuiten ziet het eruit alsof er een enorme gasexplosie heeft plaats gevonden. Vacuüm. Zijn kamerdeur gaat even open zodat de manager even met hem kan praten. Roel lijkt zelf niet meer te weten waardoor het vacuüm in zijn ‘keuken’ is ontstaan. Hij ligt op een kaal matras van zwaar plastic; hufter-proof. Er is geen dekbed, geen deken, geen hoeslaken of kussen. Er hangt niets aan de muur en er zijn geen kasten. Het toilet en de wasbak zijn verdwenen; hij blijkt ze zelf een week eerder beide van de muur getrokken te hebben.

Roel praat en vraagt veel. Zijn woordenschat is groot, zijn zinnen volledig. Een grote valkuil. Hij begrijpt namelijk maar zo’n 10 procent van wat hij zelf zegt. Van de taal van de ander snapt hij vermoedelijk nog veel minder. Van buiten is hij 17, zijn woorden passen daarbij. Van binnen is hij 3. Hooguit. En… hij is ook net zo bang als die 3-jarige. Maar… dat ziet nog niet iedereen.

Hij blowt, drinkt, steelt, scheldt en debateert. Steeds weer denkt men dat hij meer zelfstandigheid, ruimte en verantwoordelijkheid wel aan moet kunnen. En steeds weer mislukt het. Dan wordt hij weer bevestigd in zijn gevoel van ‘ik kan het nooit zelf’. En vooral in het: ‘ik ben niet goed genoeg’. Dat laatste kent hij al van jongs af aan. Hij was ongewenst, ongewild en ongeliefd. Het wordt keer op keer bevestigd. En zo niet: dan zòrgt hij er wel voor dat het bevestigd wordt.

Roel kent geen bodem in zijn bestaan. Geen ‘bestaansrecht’. Daarom vecht hij, scheldt hij, schopt hij en loopt hij weg. Hij is bang, weet niet waar hij thuis hoort en heeft dat ook nooit geweten. ‘Ze’ weten niet meer wat ze met hem aan moeten. Ze maken zijn ruimte kleiner en kleiner en kaler en kaler en hij gaat steeds harder vechten. Ze begrijpen hem niet. Zien hem niet. Horen hem niet.

Ik sta daar. In een ‘appartement’ dat meer weg heeft van een cel. Er is niets. Het enige dat er is is warmte. Het is er warm genoeg om er zonder deken te kunnen slapen. Toch voelt het koud. Leeg. Uitzichtloos. Wat gaat er met Roel gebeuren? Ik zie hem. Ik hoor hem. Ik voel hem. En ik weet dat het niet genoeg is.

We lopen terug naar de vergaderruimte, om het over Roel te gaan hebben. En het enige dat er door mij heen gaat is: “Zal Roel ooit naar Zuid Amerika gaan? Naar Malta? Zal hij ooit duiken en vrij zijn?” Hoe kunnen wij nou met droge ogen naar deze jongen en zijn ‘appartement’ kijken als er geen duidelijk perspectief, geen toekomst, geen doelen voor hem zijn?

Later, in de auto, voorbij dat hek, de slagbomen en nadat ik me heb afgemeld in het logboek stop ik op de eerste parkeerplaats die ik zie. Het dak van de auto mag, ondanks de kou, open. De muziek mag aan. En hoewel het diep van binnen pijn doet weet ik: ik kan niet meer doen voor Roel dan hem zien, horen en voelen. En over hem schrijven en aanbieden mee te kijken naar wat er nog mogelijk is voor hem. Of ze dat aanbod aanpakken is aan hen.

Spotify heet opnieuw niet voor niets zo. Meteen is daar het ‘spotten’; met het eerste nummer dat automatisch instart vanaf een van mijn afspeellijsten. ‘Freedom’. Tuurlijk. Dank u.

Ik voel het. Van mijn kruin tot mijn kleine tenen. Tot in het diepst van mijn botten en het kloppendst van mijn hart. Vrijheid. Wat gun ik Roel ongelooflijk hard hetzelfde. Freedom. En hopelijk… heel snel.

(Roel heet in werkelijkheid anders)

<3

Naath

Bel meteen even!